ECLI:NL:RVS:2013:BZ8411
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- C.J. Borman
- P.A. Koppen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging herziening kinderopvangtoeslag 2007 wegens onvoldoende bewijs kosten en overeenkomst
De Belastingdienst stelde de definitief vastgestelde kinderopvangtoeslag voor 2006 en 2007 bij besluiten van 9 december 2010 op nihil en vorderde een bedrag terug. Tegen deze besluiten maakte appellant bezwaar en stelde beroep in. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak beperkte het geschil tot de kinderopvangtoeslag over 2007, omdat de Belastingdienst had toegezegd het bedrag over 2006 niet terug te vorderen en appellant dit deel van het hoger beroep introk. De Afdeling overwoog dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen de ouder moet aantonen dat hij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt en de hoogte daarvan.
Appellant kon dit niet aannemelijk maken omdat de data van contante opnames in de bankafschriften niet overeenkwamen met de data op de kwitanties en de bedragen niet overeenkwamen met de verschuldigde eigen bijdrage. Ook ontbrak in de overgelegde overeenkomst de datum van ondertekening, waardoor niet vaststond dat de opvang krachtens die overeenkomst had plaatsgevonden. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.