ECLI:NL:RVS:2012:BY4719
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige op grond van wezenlijk Nederlands belang
De minister voor Immigratie en Asiel wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de staatssecretaris terecht van de vreemdeling mocht verlangen dat hij een financieel plan overlegt dat voldoet aan de eisen van de Vreemdelingencirculaire 2000, waaronder verificatie door een externe deskundige of bank. Deze eisen zijn niet in strijd met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de associatieovereenkomst met Turkije.
De Raad stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands belang dient, mede omdat het ondernemingsplan niet deugdelijk was onderbouwd. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen.