ECLI:NL:RVS:2013:295
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige Turkse vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 12 april 2011 de aanvraag van een Turkse vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat door de minister op 11 juli 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij voldeed aan het vereiste van een wezenlijk Nederlands belang voor zelfstandige arbeid, mede omdat hij geen onderbouwd ondernemingsplan en geen uittreksel van de Kamer van Koophandel had overgelegd. De staatssecretaris had de vreemdeling daartoe in de gelegenheid gesteld en een hersteltermijn geboden, maar de vreemdeling had niet aan deze verplichting voldaan.
De Raad oordeelde dat de staatssecretaris terecht het besluit niet voor advies aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie had voorgelegd en het besluit tot afwijzing van de aanvraag terecht had gehandhaafd. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens faalden de overige beroepsgronden, waaronder het betoog over het mvv-vereiste en het ontbreken van een hoorplicht.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Parkins-de Vin en leden Borman en Wissels, in aanwezigheid van ambtenaar van staat Vonk.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond wegens onvoldoende onderbouwing van het wezenlijk Nederlands belang.