Uitspraak
201106316/1/A3.
Raad van State
Het CBR verklaarde het rijbewijs van appellant ongeldig op grond van een rapport van een psychiater waarin alcoholmisbruik werd vastgesteld en de recidiefvrije periode niet was aangehouden. Appellant maakte bezwaar en stelde dat het onderzoek niet volgens de geldende richtlijnen was uitgevoerd, met name omdat een psycholoog zelfstandig delen van het onderzoek had uitgevoerd in plaats van een psychiater.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het verslag niet als specialistisch rapport kon worden aangemerkt omdat niet het gehele onderzoek onder supervisie van een psychiater was uitgevoerd. Hierdoor mocht het CBR het rapport niet als grondslag voor het besluit gebruiken.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van het CBR en de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van appellant gegrond. Tevens werd het CBR veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte procedurele naleving bij medische keuringen voor rijgeschiktheid en de noodzaak dat specialistische rapporten voldoen aan de wettelijke eisen.
Uitkomst: Het besluit van het CBR tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het specialistisch rapport.