Uitspraak
200908293/1/H3. Nu hij op 17 december 2007 een EMA heeft gevolgd en op 8 oktober 2010 is aangehouden, valt de gevolgde EMA buiten de toetsingsperiode voor de vaststelling van de diagnose alcoholmisbruik conform de DSM-IV(-TR)-classificatie, aldus [appellant].
200808386/1/H3. Ter zitting van de Afdeling heeft hij ter toelichting voorts verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 11 juli 2012 in zaak nr.
201107691/1/A3. Relevante ondersteunende elementen ontbreken volgens hem in dit geval, zodat de diagnose alcoholmisbruik conform de DSM-IV(-TR)-classificatie en de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin niet gesteld hadden mogen worden. De verslagen van de psychiaters zijn daarom niet voldoende concludent en het CBR mocht deze derhalve niet aan het in beroep bestreden besluit ten grondslag leggen, aldus [appellant].
201110300/1/A3, bestaat in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik is gesteld, voor de rechter slechts aanleiding om de ongeldigverklaring van het rijbewijs niet in stand te laten, indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren.
200808386/1/H3.
200908293/1/H3volgt niet dat de twee psychiaters de eerder door [appellant] gevolgde EMA niet van belang mochten achten, nu het oordeel in die zaak was gestoeld op de omstandigheid dat geen verhoogde bloedwaarden waren bepaald en de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin op de enkele omstandigheid dat betrokkene eerder een EMA had gevolgd was gestoeld. Voor zover [appellant] betoogt dat deze zaak lijkt op die welke tot de uitspraak in zaak nr.
201107691/1/A3heeft geleid, wordt overwogen dat de Afdeling in die zaak heeft geoordeeld dat de bloedwaarden van betrokkene niet konden worden gezien als een aanwijzing voor alcoholmisbruik. Dat is in deze zaak, zoals hierna onder 5.2 wordt overwogen, niet het geval.
201205289/1/A3), is de Richtlijn diagnostiek geen beleidsregel in de zin van de Awb. Het CBR heeft tegen die achtergrond voldoende inzichtelijk gemotiveerd op welke elementen het bestreden besluit is gebaseerd en was niet zonder meer gehouden die Richtlijn te volgen. Ten aanzien van die motivering overweegt de Afdeling als volgt.