Uitspraak
200800516/1uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft verworpen en heeft geoordeeld dat het gebruik van de vrijgekomen agrarische gebouwen voor opslag, anders dan ten behoeve van de ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" (hierna: het bestemmingsplan) op het perceel rustende bestemming "Agrarisch gebied", in strijd is met die bestemming, zodat het college bevoegd was daartegen handhavend op te treden. Van de juistheid van dat oordeel moet in het verdere verloop van de procedure worden uitgegaan. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het gebruik dat van de vrijgekomen agrarische bebouwing wordt gemaakt, ten tijde van het nemen van het besluit van 10 maart 2009 niet was gewijzigd ten opzichte van het gebruik waarover in de uitspraak van 15 oktober 2008 is geoordeeld.
201009743/1/H1), is de omstandigheid dat op een perceel een andere bestemming rust voldoende voor het oordeel dat een beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kan slagen. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het college niet met dat verweer mocht volstaan. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het, blijkens de door het college op 12 juli 2011 overgelegde lijst met daarin een reactie op de door [appellant sub 2] genoemde gevallen, anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet in alle hierboven vermelde gevallen gaat om opslagactiviteiten, maar ook om andere met het bestemmingsplan strijdige activiteiten.