ECLI:NL:RVS:2013:1001
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens onvoldoende onderbouwd ondernemingsplan
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat het ondernemingsplan onvoldoende onderbouwd was. De vreemdeling had niet de gevraagde documenten, zoals een oprichtingsakte en een markt- en concurrentieanalyse, overgelegd ondanks een termijn om dit te herstellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag had afgewezen omdat de vreemdeling niet had aangetoond dat zijn zelfstandige arbeid een wezenlijk Nederlands economisch belang diende.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris in redelijkheid mocht verlangen dat de vreemdeling de gevraagde stukken overlegt en dat het horen van de vreemdeling in bezwaar niet verplicht was omdat het niet aannemelijk was dat het bezwaar tot een ander besluit zou leiden. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.