ECLI:NL:RVS:2013:109
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling afgewezen voor verblijfsvergunning asiel na vernietiging rechtbankuitspraak
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees op 20 december 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
Zowel de minister (thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) als de vreemdeling stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was en dat het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond was.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd over de veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Herat. De Raad van State baseerde zich daarbij op jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin werd geconcludeerd dat er geen algemene situatie van geweld is die bescherming op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 rechtvaardigt.
Daarom vernietigde de Afdeling de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het afwijzingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.