ECLI:NL:RVS:2013:CA1288
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter over afwijzing verblijfsvergunning asiel uit Afghanistan
De vreemdeling vroeg om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de minister hoger beroep instelden bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat het aangevoerde asielrelaas geen vragen opriep die rechtseenheid of rechtsontwikkeling vereisten. Het hoger beroep van de minister was gegrond omdat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom de situatie in Afghanistan, met name Kandahar, niet leidde tot bescherming krachtens artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
De Raad van State verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin werd vastgesteld dat de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan niet zodanig is dat terugkeer een reëel risico op onmenselijke behandeling inhoudt. Verder oordeelde de Afdeling dat de staatssecretaris terecht had geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen, omdat de vreemdeling het onderzoek naar opvangmogelijkheden frustreerde.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, en de uitspraak van de voorzieningenrechter wordt vernietigd.