ECLI:NL:RVS:2013:1147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens zorgsituatie kinderen
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 13 april 2011 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing, dat door de rechtbank werd afgewezen. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de toepassing van het arrest Ruiz Zambrano van het Hof van Justitie, waarbij het recht van een EU-burger om in de Unie te verblijven kan worden beschermd indien het vertrek van de niet-EU-ouder zou betekenen dat het kind het grondgebied van de Unie moet verlaten. De vreemdeling stelde dat zijn ex-partner, ondanks hulp van Bureau Jeugdzorg, niet in staat is voor hun kinderen te zorgen, waardoor bij vertrek van de vreemdeling uithuisplaatsing dreigt.
De Raad van State oordeelde dat de ex-partner en de kinderen de status van EU-burger hebben en dat de situatie zodanig is dat de kinderen feitelijk afhankelijk zijn van de vreemdeling. De staatssecretaris had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de ex-partner alleen voor de kinderen kan zorgen. Daarom is het recht van de kinderen om in de Unie te verblijven feitelijk ontzegd.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.