ECLI:NL:RVS:2013:1201
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel en afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting
Bij besluiten van 27 juni 2013 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 7 augustus 2013 deze beroepen ongegrond verklaarde. Vervolgens werd hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De vreemdelingen verzochten tevens krachtens artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 om een voorlopige voorziening tegen hun feitelijke uitzetting, die gepland stond op 11 september 2013. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State was bevoegd dit verzoek te behandelen.
Na beoordeling concludeerde de voorzitter dat het hoger beroep kennelijk ongegrond was en dat er geen gronden waren om de rechtmatigheid van de uitzetting te betwisten. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen.