ECLI:NL:RVS:2013:1222
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- G. Snijders
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit minister over nadeelcompensatie wegens onterecht normaal ondernemersrisico
Appellant vroeg nadeelcompensatie aan vanwege langdurige afsluitingen van op- en afritten van de Rijksweg A10-west, waardoor zijn winkels omzetverlies leden. De minister kende aanvankelijk een bedrag toe, maar paste bij een latere beslissing een korting van 10% toe wegens normaal ondernemersrisico. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak onderzocht de onafhankelijkheid van de commissie Ten Kate die de minister adviseerde, de juistheid van het advies, de toepassing van het normaal ondernemersrisico en de vergoeding van deskundigenkosten. De Raad oordeelde dat de commissie onafhankelijk was en dat het advies inhoudelijk verdedigbaar was, maar dat de minister onterecht een korting van 10% toepaste, omdat de omstandigheden van de langdurige wegafsluitingen en eerdere herinrichting samen niet als normaal ondernemersrisico konden worden beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte de redelijke termijn overschrijding van ruim tien maanden als gerechtvaardigd had beschouwd, maar dat de vertraging deels aan appellant kon worden toegerekend. De Raad vernietigde het besluit van 15 december 2010 voor zover dit de korting van 10% betrof en bepaalde dat appellant een nadeelcompensatie van € 54.782,00 plus wettelijke rente toekomt. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De minister moet appellant een nadeelcompensatie van € 54.782,00 plus wettelijke rente toekennen zonder korting wegens normaal ondernemersrisico.