ECLI:NL:RVS:2013:124
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen nieuw feiten bij afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 30 januari 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet ambtshalve heeft beoordeeld of de vreemdeling nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. Uit het ingediende verwantschapsrapport en een eerdere uitspraak uit het Verenigd Koninkrijk bleek weliswaar een nauwe verwantschap, maar dit was onvoldoende om de identiteit, nationaliteit en herkomst van de vreemdeling aan te tonen.
De Afdeling stelde vast dat de documenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die het eerdere afwijzende besluit konden afdoen. Er was ook geen relevante wijziging in het recht. Daarom was er geen grond voor toetsing van het besluit van 30 januari 2012. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangetoond die hernieuwde toetsing rechtvaardigen.