ECLI:NL:RVS:2013:1351
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens medische situatie en overschrijding redelijke termijn
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) en de aanvullende nota inzichtelijk waren en dat de medische situatie van de vreemdeling zodanig was gestabiliseerd dat fysieke overdracht van medische gegevens aan behandelaars op de plaats van bestemming niet langer noodzakelijk was. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld.
Verder werd vastgesteld dat de procedure een overschrijding van de redelijke termijn van twee maanden kende, die volledig aan de staatssecretaris te wijten was. De Raad van State kende daarom een immateriële schadevergoeding van €500 toe aan de vreemdeling.
De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld omdat de rechtbank hierover reeds zonder voorbehoud had geoordeeld en deze niet in hoger beroep aan de orde waren gesteld. De rechtsgevolgen van het besluit blijven geheel in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 26 september 2013.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens overschrijding van de redelijke termijn en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding van €500.