ECLI:NL:RVS:2013:1361
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake voorschot huurtoeslag bij onjuiste GBA-inschrijving
De Belastingdienst heeft het voorschot huurtoeslag over 2010 aan de wederpartij herzien en op nihil vastgesteld vanwege het ontbreken van inschrijving op het toeslagadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). De wederpartij maakte bezwaar en stelde dat hij feitelijk wel op het toeslagadres woonde, ondersteund met bewijsstukken.
De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en herroepen het besluit van de Belastingdienst, mede vanwege een brief waarin de Belastingdienst volgens de rechtbank vertrouwen had gewekt dat bij bewijs van feitelijk verblijf recht op huurtoeslag zou bestaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter dat de brief geen ondubbelzinnige toezegging bevatte en dat het recht op een voorschot huurtoeslag strikt afhankelijk is van de inschrijving in de GBA, tenzij de onjuiste inschrijving niet aan de huurder kan worden toegerekend. Omdat de wederpartij nooit in de GBA was ingeschreven op het toeslagadres en dit niet aan de Belastingdienst kon worden toegerekend, is het beroep van de wederpartij ongegrond.
De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de wederpartij wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het voorschot huurtoeslag blijft op nihil vastgesteld.