Uitspraak
200902465/1/H1, wordt overwogen dat de besluiten van 10 november 2010 en 11 april 2011 in deze procedure niet ter beoordeling voorliggen. Slechts indien op voorhand duidelijk zou zijn dat de weigering in rechte geen stand zal houden en een projectbesluit niet geweigerd mocht worden, zou concreet zicht op legalisering kunnen worden aangenomen. Deze situatie doet zich hier niet voor, zodat de voorzieningenrechter in het door [appellanten] in dit verband aangevoerde, terecht geen aanleiding heeft gezien voor het oordeel dat het college van handhavend optreden had behoren af te zien.
201100003/1/H1), nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. De voorzieningenrechter heeft terecht in hetgeen [appellanten] hebben aangevoerd, geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het college bij hen het gerechtvaardigde vertrouwen heeft gewekt dat het niet tot handhavend optreden zou overgaan. Hij heeft daarbij terecht overwogen dat [appellanten] het beroep op het vertrouwensbeginsel niet hebben onderbouwd. Het enkele tijdsverloop, ongeacht de duur daarvan, vormt geen bijzondere omstandigheid op grond waarvan het college van handhavend optreden had behoren af te zien.