ECLI:NL:RVS:2013:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak voorzieningenrechter inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister heeft op 2 mei 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling toetste of er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde toetsing van het besluit rechtvaardigen. Zij concludeerde dat de stukken die de vreemdeling overlegde, waaronder een brief over zijn vermeende bekering tot het christendom, geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die afdoen aan het eerdere besluit. De voorzieningenrechter had ten onrechte het besluit van 2 mei 2012 inhoudelijk getoetst.
Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling benadrukte dat alleen nieuwe feiten of relevante rechtswijzigingen een hernieuwde toetsing kunnen rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.