ECLI:NL:RVS:2013:1562
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bestemmingsplan LPG-tankstation De Poort wegens maximale doorzet LPG
De raad van de gemeente Reimerswaal stelde op 25 juni 2013 het bestemmingsplan "LPG-tankstations De Poort" vast, waarin onder meer een LPG-installatie op het perceel De Poort 24 mogelijk wordt gemaakt. Verzoekers, bewoners van Rilland, stelden beroep in tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening. Zij betoogden dat de veiligheidsrisico's onjuist en onzorgvuldig waren beoordeeld, onder meer vanwege de nabijheid van een bovengrondse hoogspanningsleiding, de ligging nabij de A58 en het ontbreken van een adequate bluswatervoorziening.
De voorzitter oordeelde dat de aanwezigheid van de hoogspanningsleiding geen ongeschiktheid oplevert, mede omdat de voorgeschreven minimale afstanden zijn aangehouden. Ook de ligging nabij de A58 vormt geen beletsel, aangezien aan de risiconormering voor vervoer van gevaarlijke stoffen wordt voldaan. De beschikbaarheid van bluswater werd voldoende geacht, mede vanwege bestaande voorzieningen en plannen voor een nieuwe bluswatervoorziening.
Het geschil spitste zich toe op de maximale LPG-doorzet van 1.000 m³ per jaar die in het veiligheidsonderzoek werd gehanteerd. Hoewel verzoekers deze doorzet niet realistisch achten, stelde de raad dat deze hoeveelheid ook daadwerkelijk in de omgevingsvergunning zal worden vastgelegd. Omdat deze beperking echter niet in het bestemmingsplan is opgenomen, was de voorzitter van oordeel dat het plan in de bodemprocedure mogelijk niet stand zal houden voor zover het een hogere doorzet toestaat.
Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst voor zover het een LPG-doorzet van meer dan 1.000 m³ per jaar mogelijk maakt. Tevens werd de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan verzoeker sub 1 en tot vergoeding van griffierechten aan beide verzoekers.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt geschorst voor zover het een LPG-doorzet van meer dan 1.000 m³ per jaar mogelijk maakt en de gemeente wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.