ECLI:NL:RVS:2013:1567
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek wijziging adresgegevens in gemeentelijke basisadministratie
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft het verzoek van appellanten om hun adresgegevens in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) te wijzigen en met terugwerkende kracht vanaf 2006 te registreren, afgewezen. Appellanten hadden aangegeven dat zij feitelijk vanaf 2006 op het betreffende adres woonden, maar hadden geen verhuisaangifte gedaan in dat jaar.
De rechtbank heeft het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond verklaard, omdat de Wet GBA bepaalt dat de datum van adreswijziging wordt vastgesteld op de datum van aangifte of schriftelijke mededeling van het college, en niet op de feitelijke bewoning. De Raad van State heeft dit oordeel bevestigd in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat noch artikel 82 van Pro de Wet GBA, noch andere wettelijke bepalingen het college bevoegd maken om een adreswijziging met terugwerkende kracht te registreren zonder aangifte. De vraag of appellanten daadwerkelijk vanaf 2006 op het adres woonden, hoefde niet te worden beantwoord omdat de wettelijke procedure niet was gevolgd.
De uitspraak bevestigt daarmee de wettelijke regels omtrent de registratie van adresgegevens in de GBA en de bevoegdheid van het college om verzoeken tot wijziging te toetsen aan de formele aangiftevereisten.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van adresgegevens met terugwerkende kracht wordt afgewezen en het besluit van het college wordt bevestigd.