ECLI:NL:RBMNE:2021:3775
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verzoek tot wijziging adresgegevens in basisregistratie personen
Eiser verzocht om correctie van zijn adresgegevens in de basisregistratie personen (BRP). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet had aangetoond dat hij verhuizingen had aangegeven op de genoemde data en omdat de Wet BRP geen wijziging van verhuisdatum achteraf toestaat.
Eiser stelde dat hij vanaf 18 februari 2015 tot 1 augustus 2019 dak- en thuisloos was in Utrecht en dat hij ten onrechte niet was ingeschreven. De rechtbank oordeelde dat verweerder het verzoek van eiser over deze periode had moeten beoordelen, nu eiser dit expliciet had aangevoerd in bezwaar. Het niet-behandelen van dit deel van het verzoek leidde tot een motiveringsgebrek.
Voor de periode vóór 18 februari 2015 oordeelde de rechtbank dat verweerder terecht had geweigerd de gegevens te wijzigen omdat eiser niet had aangetoond dat de inschrijvingen niet conform aangiftes waren gedaan. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor het deel na 18 februari 2015 en bepaalde dat verweerder binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd voor het niet-behandelde deel van het verzoek tot inschrijving in de BRP na 18 februari 2015.