ECLI:NL:RVS:2013:1636
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks betwisting recidive en matigingsverzoeken
De minister legde [appellante] een boete op van €24.000 wegens het tewerkstellen van twee vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. Na gedeeltelijke vermindering tot €18.000 verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. [Appellante] ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht aannam dat geen vergunningen waren afgegeven, dat de recidivebepaling van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) van toepassing was omdat de overtredingen binnen 24 maanden na de eerdere overtreding waren geconstateerd en dat de boete terecht met 50% was verhoogd. Verzoeken tot verdere matiging op grond van bedrijfsvorm, financiële situatie, onduidelijkheden en gedragsaspecten werden afgewezen.
Ook werd geoordeeld dat de redelijke termijn niet was overschreden omdat deze begint te lopen bij de boetekennisgeving en niet bij de constatering van de overtreding. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
De zaak benadrukt de strikte toepassing van de Wav en het belang van zorgvuldige naleving van tewerkstellingsvergunningen door werkgevers, evenals de beperkte ruimte voor matiging van boetes bij recidive.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €18.000 wegens het tewerkstellen van vreemdelingen zonder vergunning en wijst het hoger beroep af.