ECLI:NL:RVS:2013:504
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- B.P. Vermeulen
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huurtoeslag wegens niet-rechtmatig verblijf ondanks beroep op gezinsleven
De Belastingdienst/Toeslagen wees de aanvraag huurtoeslag van appellant over 2012 af omdat hij geen rechtmatig verblijf had of slechts op grond van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vreemdelingenwet 2000. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing, stellende dat de weigering zijn gezinsleven ernstig zou belemmeren en tot dakloosheid zou leiden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, hetgeen appellant in hoger beroep aanvocht met verwijzing naar het EVRM, het IVRK en het Europees Sociaal Handvest. De Raad van State overwoog dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op voorzieningen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt voor het onderscheid tussen personen met en zonder verblijfsrecht.
Verder stelde de Raad van State vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gezinsleven zonder huurtoeslag niet voortgezet kon worden en dat zijn situatie niet vergelijkbaar was met de uitzonderlijke casus uit het arrest van de Hoge Raad van 21 september 2012. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huurtoeslag bevestigd.