ECLI:NL:RVS:2013:1889
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing bestemmingsplan Buitengebied Halderberge 2011 en milieurechtelijke aspecten
Bij besluit van 22 september 2011 stelde de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan 'Buitengebied Halderberge 2011' vast. Tegen dit besluit zijn door meerdere appellanten beroepen ingesteld, waaronder particulieren, bedrijven en milieuorganisaties. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de beroepen behandeld en beoordeeld aan de hand van beleidsvrijheid, zorgvuldigheid, motivering en milieurechtelijke voorschriften.
Diverse beroepen zijn ongegrond verklaard, zoals die van appellanten die zich niet konden verenigen met bestemmingen voor hun percelen, waarbij de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan een goede ruimtelijke ordening diende. Sommige beroepen zijn niet-ontvankelijk wegens het niet indienen van zienswijzen tegen het ontwerpplan. Andere beroepen zijn gegrond verklaard, onder meer vanwege strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding of motivering, en strijd met artikel 3:46 Awb Pro wegens onvoldoende motivering van planregels.
De milieuorganisaties Brabantse Milieufederatie en IVN stelden dat het plan onvoldoende rekening houdt met Natura 2000-gebieden en dat een passende beoordeling en milieueffectrapportage (MER) ontbreken. De Afdeling constateerde dat de raad onvoldoende inzicht heeft gegeven in de effecten van uitbreidingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden voor agrarische bedrijven op Natura 2000-gebieden, en dat het plan onvoldoende is gemotiveerd ten aanzien van bescherming van natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden. Hierdoor is het besluit voor die onderdelen vernietigd.
Verder zijn bezwaren gegrond verklaard over de onjuiste verwerking van een zoeklocatie voor ruimte-voor-ruimte woningen, de bestemming van een gasleidingstracé, en de toepassing van archeologische beschermingsregels. Voor deze onderdelen is het besluit eveneens vernietigd. Voor de overige onderdelen is het beroep ongegrond verklaard. De Afdeling heeft tevens een voorlopige voorziening getroffen betreffende de diepte van bodemingrepen in archeologisch waardevolle gebieden.
Uitkomst: Diverse beroepen ongegrond of niet-ontvankelijk, met vernietiging van het bestemmingsplan voor onderdelen wegens strijd met zorgvuldigheid, motivering en milieurecht.