ECLI:NL:RVS:2013:1948
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Kreveld
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing afwijzing voorschotten huur-, zorgtoeslag en kindgebonden budget wegens niet-rechtmatig verblijf partner
De zaak betreft het hoger beroep van appellanten tegen de afwijzing van hun aanvraag voor voorschotten huur- en zorgtoeslag en het kindgebonden budget door de Belastingdienst/Toeslagen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat de partner van appellante geen rechtmatig verblijf had in Nederland, waardoor volgens artikel 9, tweede lid, van de Awir geen aanspraak op toeslagen bestond.
De rechtbank had het beroep gegrond verklaard voor zover het ging om de huur- en zorgtoeslag, omdat de Belastingdienst/Toeslagen onvoldoende had gemotiveerd waarom het EVRM niet werd geschonden. Het beroep van de minderjarige kinderen was echter niet-ontvankelijk verklaard, wat de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde omdat het bezwaar niet namens de kinderen was gemaakt.
De Afdeling overwoog dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op toeslagen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt. De door appellanten aangevoerde omstandigheden, waaronder het risico op uitzetting en de impact op het gezinsleven, waren niet voldoende om het koppelingsbeginsel buiten toepassing te laten. De Afdeling verklaarde het beroep van de kinderen niet-ontvankelijk en bevestigde de rest van de uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellanten terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van de minderjarige kinderen wordt niet-ontvankelijk verklaard, de rest van de uitspraak wordt bevestigd en het griffierecht wordt terugbetaald.