Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 maart 2017 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
de Belastingdienst/Toeslagen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ingevolge artikel 16, eerste lid onder a, kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 kan Pro worden afgewezen indien de vreemdeling niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die overeenkomt met het verblijfsdoel waarvoor de verblijfsvergunning is aangevraagd.
Op grond van artikel 63, eerste lid, van de Vw kan de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft en die niet binnen de bij deze wet gestelde termijn Nederland uit eigen beweging heeft verlaten, worden uitgezet.
Beslissing
mr. B. van der Bruggen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017.