ECLI:NL:RVS:2013:1956
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning
De minister legde appellant een boete van €4.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte in de marktkraam van appellant.
Appellant betwistte dat de vreemdeling arbeid had verricht en voerde aan dat de werkzaamheden van geringe omvang en duur waren, zonder loonbetaling, en dat de boete niet gematigd mocht worden. Tevens stelde appellant dat de beleidsregels voor boeteoplegging discriminatoir zouden zijn.
De Raad van State oordeelde dat de aard, omvang en duur van de werkzaamheden niet relevant zijn voor de kwalificatie als werkgever onder de Wav. Het boeterapport en verklaringen bevestigden dat arbeid was verricht. De rechtbank had terecht geen aanleiding gezien tot matiging van de boete, mede vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellant. De beleidsregels werden niet als onredelijk of discriminatoir beoordeeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €4.000 wegens het laten verrichten van arbeid zonder tewerkstellingsvergunning.