ECLI:NL:RVS:2013:2064
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- K.J.M. Mortelmans
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over rechtsgrondslag terugvordering subsidie Europees Vluchtelingenfonds
De zaak betreft een geschil tussen de Somalische Vereniging Amsterdam en Omgeving (SOMVAO) en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie over de terugvordering van subsidie uit het Europees Vluchtelingenfonds (EVF). De staatssecretaris had de subsidie lager vastgesteld en een bedrag van €188.675,87 teruggevorderd wegens onregelmatigheden in de projectadministratie van SOMVAO, vastgesteld in een controlerapport.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris geen bevoegdheid had om de vastgestelde subsidie ten nadele van SOMVAO te wijzigen, maar erkende dat het Unierecht mogelijk een andere rechtsgrondslag biedt. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft vervolgens uitgebreid onderzocht welke Europese regelgeving en verordeningen relevant zijn voor de terugvordering, waarbij onder meer Beschikking 2004/904/EG, Verordening 2988/95 en Verordening 1605/2002 aan de orde kwamen.
De Afdeling concludeert dat de nationale bevoegdheid tot terugvordering niet zonder meer kan worden afgeleid uit het nationale recht, maar dat het Unierecht mogelijk een zelfstandige rechtsgrondslag biedt. Daarom heeft de Afdeling prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van deze Europese bepalingen en schorst zij de behandeling van het hoger beroep totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.
Daarnaast zijn de beroepsgronden van SOMVAO over het vertrouwensbeginsel en de belangenafweging in het kader van de terugvordering aan de orde gesteld, maar hierover zal de Afdeling pas na het arrest van het Hof van Justitie een definitief oordeel geven.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst en prejudiciële vragen worden gesteld aan het Hof van Justitie over de rechtsgrondslag voor terugvordering van EVF-subsidies.