ECLI:NL:RVS:2013:2066
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens gezinsbanden
De minister heeft op 22 juni 2011 een aanvraag van de vreemdeling voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) afgewezen. Na bezwaar verklaarde de minister dit bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister, vertegenwoordigd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 16 maart 2012 onvoldoende was gemotiveerd met betrekking tot de gezinsbanden tussen de referent en de kinderen. De Afdeling bevestigt dat de beoordeling van het gezinsverband op het moment van vertrek uit Somalië rechtmatig is volgens de Vreemdelingencirculaire 2000.
Verder wordt geoordeeld dat de staatssecretaris de referent terecht niet voorafgaand aan het besluit heeft gehoord, maar dat dit gebrek door het bezwaar is gecompenseerd. Ook is vastgesteld dat de gehoren zorgvuldig zijn afgenomen met gekwalificeerde tolken en gehoormedewerkers. De verschillen in verklaringen tussen vreemdeling, kinderen en referent rechtvaardigen het besluit tot afwijzing.
Ten slotte faalt het beroep op artikel 8 EVRM Pro omdat dit niet van toepassing is op de mvv-aanvraag volgens vaste jurisprudentie. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het besluit van de minister bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag bevestigd.