ECLI:NL:RVS:2013:2078
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf
De minister van Buitenlandse Zaken wees op 27 mei 2011 de aanvragen van twee vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een ongegrond verklaard bezwaar stelden de vreemdelingen beroep in bij de rechtbank, die het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen. De minister (thans staatssecretaris van Veiligheid en Justitie) stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de besluitvorming van de staatssecretaris onzorgvuldig achtte, met name omdat vreemdeling 1 niet vooraf het gehoorverslag ter correctie kreeg voorgelegd. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris vreemdeling 1 en de referent niet vooraf hun zienswijze heeft laten geven, maar dat dit gebrek kon worden gepasseerd omdat zij alsnog in bezwaar hun zienswijze konden geven.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. De staatssecretaris mocht zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat de vreemdelingen niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij feitelijk tot het gezin van de referent behoorden. Verder was de staatssecretaris niet verplicht DNA-onderzoek aan te bieden omdat de overige vereisten voor toekenning niet waren voldaan. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.