ECLI:NL:RBDHA:2014:11165
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Schaberg
- M.J. van den Bergh
- H.B. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning Kinderpardon wegens ontbreken asielaanvraag namens kind
Eiseressen, een moeder en haar in Nederland geboren dochter van Nigeriaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning aan onder de overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen (Kinderpardonregeling). Verweerder wees de aanvraag af omdat nooit door of namens het kind een asielaanvraag was ingediend, een vereiste volgens het beleid, en vanwege een contra-indicatie wegens het opgeven van onjuiste identiteiten door de moeder.
De rechtbank constateerde dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte en dat het beleid correct werd toegepast. De moeder had meerdere identiteiten opgegeven, wat ook aan het kind kon worden toegerekend. Het betoog dat de B9-regeling en voortgezet verblijf vergelijkbaar zijn met een asielprocedure werd verworpen. Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro om van beleid af te wijken faalde.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder de hoorplicht had geschonden en onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 8 EVRM Pro niet werd geschonden. Desondanks vond de rechtbank dat de belangenafweging (fair balance) tussen de staat en het gezinsleven van eiseressen in het nadeel van eiseressen uitviel. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.