ECLI:NL:RVS:2013:2121
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen recht op opvang voor vreemdeling zonder acute medische noodsituatie
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) beëindigde de verstrekkingen aan de vreemdeling op grond van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarbij de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en de verstrekkingen liet continueren.
Het COa stelde hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de vreemdeling niet tot een categorie behoorde die aanspraak maakt op opvang volgens de regeling en dat de medische situatie van de vreemdeling geen acute noodsituatie betrof die opvang rechtvaardigt. De vreemdeling had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het onthouden van opvang tot ernstige schade zou leiden.
De Raad van State overwoog dat het recht op opvang niet voortvloeit uit artikel 8 EVRM Pro zonder acute medische noodsituatie en dat het COa met de regeling en feitelijke opvang in acute gevallen aan zijn verplichtingen voldoet. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard omdat geen acute medische noodsituatie is aangetoond die recht geeft op opvang.