ECLI:NL:RVS:2013:2181
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen bijzondere risico's voor Hazara's in asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuw besluit. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De kern van het geschil betrof de vraag of Hazara's in Afghanistan een kwetsbare minderheidsgroep vormen die bijzondere risico's loopt, wat relevant is voor de asielaanvraag. De rechtbank had geoordeeld dat het rapport van professor Maley een concreet aanknopingspunt bood voor twijfel aan het ambtsbericht van 2012, waarin werd gesteld dat Hazara's geen bijzondere risico's lopen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het ambtsbericht van 2012 inzichtelijk is en dat het rapport van Maley geen concreet aanknopingspunt biedt voor twijfel aan de juistheid en volledigheid daarvan. Bovendien werd vastgesteld dat Hazara's in het herkomstgebied van de vreemdeling een van de grotere etnische groepen vormen en dus geen minderheid zijn. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.