ECLI:NL:RVS:2013:434
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling risico's voor Hazara-vreemdeling bij terugkeer naar Afghanistan afgewezen
De vreemdeling, een Hazara-vrouw, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 27 februari 2012 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de staatssecretaris als de vreemdeling hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond was, omdat haar argumenten geen vragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep van de staatssecretaris was gegrond, omdat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken ondeugdelijk was gemotiveerd omtrent de risico's voor Hazara's.
De Afdeling stelde dat het ambtsbericht op objectieve en onpartijdige wijze was opgesteld en dat het rapport van professor Maley, hoewel afwijkend, geen concreet aanknopingspunt bood om aan de juistheid van het ambtsbericht te twijfelen. Tevens faalden de overige beroepsgronden van de vreemdeling, waaronder haar vrees voor geweld als vrouw en de algemene veiligheidssituatie.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee het besluit van 27 februari 2012 stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft gehandhaafd.