ECLI:NL:RVS:2013:2202
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Irak
De vreemdeling werd op 19 oktober 2013 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring op 31 oktober 2013 ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling betoogde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het zicht op uitzetting naar Irak niet ontbrak, omdat Mosul niet onder het gezag van de Kurdistan Regional Government valt. De Raad van State bevestigde dat op grond van eerdere jurisprudentie en de landgebonden vertrekinformatie van de Dienst Terugkeer en Vertrek, gedwongen terugkeer naar Mosul niet mogelijk is.
Daarom is de bewaring van meet af aan onrechtmatig. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct wordt opgeheven. Tevens werd aan de vreemdeling een vergoeding van € 2.635,00 toegekend voor de periode van bewaring en werden proceskosten van € 1.416,00 aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting naar Mosul, Irak.