ECLI:NL:RVS:2012:BY0845
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vreemdelingenbewaring met zicht op uitzetting naar KRG-regio Irak
De vreemdeling is op 27 juli 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht ook om schadevergoeding.
De vreemdeling voerde aan dat Irak een ondeelbare natiestaat is en dat er geen Iraaks-Koerdische autoriteiten zijn, waardoor het zicht op uitzetting ontbreekt. Hij verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad van State waarin werd geoordeeld dat het zicht op uitzetting naar geheel Irak ontbreekt.
De minister stelde dat er afspraken zijn met de KRG-autoriteiten over gedwongen terugkeer onder strikte voorwaarden, waaronder bevestiging van Iraakse nationaliteit en strafrechtelijke veroordeling. De vreemdeling komt uit de KRG-regio, zijn nationaliteit is bevestigd en hij is onherroepelijk veroordeeld. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het zicht op uitzetting niet ontbreekt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.