ECLI:NL:RVS:2013:2205
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens onjuiste beoordeling pleegkindstatus
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referente, haar zuster en pleegmoeder, te verblijven. De minister wees deze aanvraag op 17 februari 2011 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel op 1 juni 2012.
In hoger beroep stelde de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij niet als pleegkind van de referente kon worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank de motivering van de staatssecretaris onvoldoende had gewogen, met name ten aanzien van de feitelijke zorgverantwoordelijkheid van de referente voor de vreemdeling en het ontbreken van betekenis van het geringe leeftijdsverschil.
De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en stelde vast dat het besluit van 28 oktober 2011 in strijd was met artikel 7:12 Awb Pro en artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de mvv-aanvraag wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.