ECLI:NL:RBSGR:2012:BW8630
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken pleegkindrelatie in nareisprocedure
Eiseres, woonachtig in Senegal, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland op grond van nareis bij haar zus (referente) die een verblijfsvergunning asiel heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet als pleegkind van referente kan worden beschouwd, wat een vereiste is binnen het geldende nareisbeleid voor niet-biologische kinderen.
De rechtbank oordeelt dat het beleid het begrip pleegkind niet expliciet definieert, maar dat uit het beleid blijkt dat een ouder-kindrelatie vereist is. Gezien het geringe leeftijdsverschil en de feitelijke verhouding tussen eiseres en referente, die zussen zijn, is er geen sprake van een ouder-kindrelatie. Tevens is niet aannemelijk dat eiseres in een afhankelijke positie verkeerde waarbij zij verzorgd moest worden door referente.
Eiseres voerde aan dat verweerder haar onterecht niet als pleegkind had aangemerkt en dat het besluit in strijd zou zijn met diverse internationale verdragen en richtlijnen, waaronder het EVRM, de gezinsherenigingsrichtlijn en het Handvest van de grondrechten van de EU. De rechtbank verwerpt deze beroepen, verwijzend naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het specifieke karakter van het nareisbeleid.
Ook het beroep op artikel 4:84 Awb Pro en het reguliere gezinsherenigingsbeleid faalt, evenals het beroep op artikel 3 EVRM Pro betreffende het risico op besnijdenis en gedwongen uithuwelijking. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de aanvraag definitief af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgewezen.