ECLI:NL:RVS:2013:2529
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel in hoger beroep zonder zitting
De staatssecretaris heeft op 16 september 2013 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat op grond van artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie een openbare behandeling met mondelinge behandeling in hoger beroep had moeten plaatsvinden. De Raad van State overwoog echter dat het besluit binnen de werkingssfeer van het Handvest valt, maar dat het achterwege laten van een zitting in hoger beroep en het doen van een verkorte uitspraak op zichzelf niet betekent dat geen daadwerkelijk rechtsmiddel is geboden.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de EU, waarin is bepaald dat een zitting in hoger beroep niet verplicht is indien de zaak op basis van de stukken kan worden beoordeeld en in eerste aanleg al een openbare zitting heeft plaatsgevonden.
Het hoger beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.