ECLI:NL:RVS:2013:238
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Y.E.M.A. Timmerman-Buck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursdwangkosten
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag had op 8 juni 2012 een besluit genomen om spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het niet op de voorgeschreven wijze aanbieden van huishoudelijk afval. De kosten van deze bestuursdwang (€ 119,00) werden aan appellante opgelegd. Appellante stelde bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift na de wettelijke termijn zou zijn ingediend.
Appellante betoogde dat zij het besluit pas op 6 juli 2012 ontving en dat de termijn daarom niet was verstreken. Het college kon niet aannemelijk maken dat het besluit daadwerkelijk op 8 juni 2012 was verzonden, omdat het besluit niet aangetekend was en er geen deugdelijke verzendadministratie bestond. Hierdoor bleef onduidelijk wanneer de bezwaartermijn aanving.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat, gelet op de onduidelijkheid over de verzenddatum en de door appellante gestelde ontvangstdatum, moest worden uitgegaan van een verzenddatum van 5 juli 2012. Hierdoor was het bezwaarschrift tijdig ingediend en had het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit van 28 september 2012 vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.