ECLI:NL:RVS:2013:2430
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- R.W.L. Loeb
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering stageverklaring advocaat wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep tegen het besluit van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten om aan appellant geen stageverklaring af te geven. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 21 september 2011 wegens strijd met artikel 7:26 van Pro de Awb vanwege een gebrek aan motivering.
De Algemene Raad heeft vervolgens een nadere motivering gegeven waarin naast de financiële situatie van de praktijk van appellant ook het verloop en de duur van de stage, de gang van zaken bij de beroepsopleiding en de inhoudelijke ontwikkeling van appellant zijn betrokken. De Afdeling oordeelt dat deze motivering voldoende is en dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Appellant voerde aan dat de Algemene Raad ten onrechte een vermogenstoets toepaste en onjuiste conclusies trok over zijn vakbekwaamheid en communicatie. De Afdeling stelt dat de Algemene Raad zich op redelijke gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat appellant niet voldeed aan de eisen voor het verkrijgen van een stageverklaring.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. De Algemene Raad wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant. De uitspraak is gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 18 december 2013.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de stageverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.