ECLI:NL:RVS:2014:3525
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak en ongegrondverklaring beroep tegen inreisverbod op grond van artikel 1(F) Vluchtelingenverdrag
Bij besluit van 25 september 2013 vaardigde de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een inreisverbod uit tegen de vreemdeling op grond van artikel 66a van de Vreemdelingenwet 2000, gebaseerd op artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met de verstreken tijd sinds de tegenwerping van artikel 1(F) en dat dit niet tot een andere motivering van het inreisverbod leidt. Tevens werd geoordeeld dat de belangenafweging van de staatssecretaris, waarbij het belang van de openbare orde zwaarwegend is, voldoende gemotiveerd was en niet in strijd met artikel 8 EVRM Pro.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod alsnog ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het inreisverbod wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.