ECLI:NL:RVS:2013:2582
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en toetsing medische gronden uitzetting
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het besluit van 15 februari 2012 tot afwijzing van een verblijfsvergunning asiel vernietigde. De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het afgeven van documenten door de vreemdeling aan haar reisagent als toerekenbaar kon worden beschouwd en waarom ambtshalve geen uitzettingsbeletsel was toegepast op grond van medische gronden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het hoger beroep van de staatssecretaris ontvankelijk was ondanks het overschrijden van de wettelijke termijn, vanwege een rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van een situatie van dwang bij het afstaan van documenten, omdat de verklaringen van de vreemdeling onvoldoende bewijs leverden voor intimidatie of bedreiging.
Voorts werd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht geen aanwijzingen had gezien in het medische advies om uitzetting ambtshalve achterwege te laten, mede omdat de vreemdeling haar medische stellingen niet met stukken had onderbouwd. Ook werd het beroep van de vreemdeling op geloofwaardigheid van haar asielrelaas afgewezen, omdat onvoldoende positieve overtuigingskracht was aangetoond. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.