ECLI:NL:RVS:2013:2684
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning en inreisverbod vreemdeling
De minister heeft op 26 januari 2012 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verkrijgen afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 5 maart 2012 werd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het bezwaarbesluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Raad van State overweegt dat het besluit van 26 januari 2012 van gelijke strekking is als eerdere afwijzingen uit 2006 en 2008, zodat toetsing door de rechter alleen mogelijk is bij nieuwe feiten, veranderde omstandigheden of relevante wetswijzigingen. De vreemdeling heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd. De klacht van de staatssecretaris dat de voorzieningenrechter ten onrechte oordeelde over de motivering en het horen van de vreemdeling wordt gegrond verklaard.
De Afdeling vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen strijd met artikel 8 EVRM Pro vastgesteld en het inreisverbod is terecht gehandhaafd. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.