ECLI:NL:RVS:2013:466
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.B.M. Hent
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag geweigerd voor recreatiewoning wegens niet-permanente bewoning onterecht
De Belastingdienst stelde de huurtoeslag voor appellant over 2009 en 2010 op nihil vast en vorderde terugbetalingen wegens het huren van een recreatiewoning zonder vergunning voor permanente bewoning. De rechtbank oordeelde dat appellant geen huurder was in de zin van de Wet op de huurtoeslag (Wht) omdat het gebruik van de woning naar zijn aard slechts van korte duur was.
Appellant stelde dat zij haar hoofdverblijf had in de recreatiewoningen gedurende een periode van ruim een jaar en acht maanden en dat het gebruik niet van korte duur was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het begrip 'van korte duur' moet worden beoordeeld naar de aard van het gebruik en dat appellant voldoende aannemelijk had gemaakt dat zij de woningen als hoofdverblijf gebruikte.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de Belastingdienst die de huurtoeslag op nihil stelden en de voorschotten terugvorderden. De huurtoeslag over 2009 en 2010 werd vastgesteld op respectievelijk € 835,00 en € 1.718,00. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De huurtoeslag over 2009 en 2010 wordt vastgesteld en de terugvorderingen van de Belastingdienst worden herroepen.