ECLI:NL:RVS:2013:518
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens onduidelijkheid rechtmatig verblijf in Spanje
De staatssecretaris vaardigde op 25 februari 2013 een terugkeerbesluit en inreisverbod uit tegen de vreemdeling, die werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar het hoger beroep werd ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris twijfelde aan het rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Spanje, mede omdat de vermelding in het Spaanse vreemdelingenregister onvoldoende bewijs is voor rechtmatig verblijf. Hierdoor was artikel 62a van de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing en mocht de staatssecretaris de vreemdeling niet verplichten zich onmiddellijk naar Spanje te begeven.
Verder werd geoordeeld dat de staatssecretaris geen terugkeerbesluit mocht nemen zolang niet vaststond dat overdracht aan Spanje mogelijk was. Omdat het terugkeerbesluit onrechtmatig was, was ook het daarop gebaseerde inreisverbod ongeldig. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris en veroordeelde hem tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en het inreisverbod zijn vernietigd wegens onvoldoende bewijs van rechtmatig verblijf in Spanje.