ECLI:NL:RVS:2011:BR2122
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Toepassing richtlijn terugkeer niet van toepassing bij overdracht binnen EU-lidstaten
In deze zaak betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank die de bewaring van een vreemdeling onrechtmatig achtte vanwege het ontbreken van een terugkeerbesluit en het niet zijn aangevangen van een terugkeerprocedure. De vreemdeling had verklaard asiel te hebben aangevraagd in België, een andere lidstaat van de Europese Unie.
De Raad van State stelde vast dat de richtlijn 2008/115/EG betreffende terugkeer van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen alleen van toepassing is wanneer de terugkeer plaatsvindt naar een derde land buiten de EU. Overdrachten tussen lidstaten op grond van de Dublin-verordening vallen niet onder deze richtlijn. Het feit dat de Belgische autoriteiten de claim pas na de inbewaringstelling accepteerden, verandert hier niets aan.
De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de richtlijn van toepassing was en dat de bewaring onrechtmatig was. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De minister had tijdig gehandeld door binnen zeven dagen na inbewaringstelling een claim bij België in te dienen, zodat geen sprake was van onvoldoende voortvarendheid. Er was ook geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was niet onrechtmatig en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.