ECLI:NL:RVS:2013:53
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar huurtoeslag 2008 wegens termijnoverschrijding
De Belastingdienst stelde bij besluit van 24 september 2010 de huurtoeslag over 2008 vast op €685 en vorderde €762 aan voorschotten terug. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd door de Belastingdienst afgewezen omdat het bezwaar buiten de wettelijke termijn was ingediend. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het beroep tegen het besluit van 20 juni 2011 ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was vanwege lichamelijke en psychische klachten en dat zij mocht vertrouwen op uitlatingen van de Belastingdienst die verlenging van de termijn suggereerden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken van openbare orde is en niet kan worden verlengd zonder uitdrukkelijke, ondubbelzinnige toezegging van de Belastingdienst. De door appellante aangevoerde informatie was onvoldoende en haar psychologische verklaring toonde niet aan dat zij niet in staat was iemand in te schakelen om tijdig bezwaar te maken.
De Afdeling bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens overschrijding van de termijn en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de terugvordering van huurtoeslag 2008 is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.