ECLI:NL:RVS:2013:704
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatigheid afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende bewijs herkomst
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 12 mei 2009 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde dat besluit, waarna de minister hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de contra-expertise de herkomst van de vreemdeling uit de regio Dibs-Kirkuk, Centraal-Irak, bevestigde. De taalanalyse van het BLT en de contra-expertise boden onvoldoende zekerheid over de herkomst, waardoor de staatssecretaris terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas.
De Afdeling stelde dat de staatssecretaris het besluit zorgvuldig had genomen en dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning asiel. Verzoeken om nadere deskundigenonderzoeken werden afgewezen. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.