ECLI:NL:RVS:2013:976
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongeloofwaardigheid asielrelaas en afwijzing verblijfsvergunning vreemdeling
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het seksuele contact tussen de vreemdeling en zijn nicht niet aannemelijk is. De staatssecretaris heeft terecht overwogen dat het asielrelaas ongeloofwaardig is, gelet op de omstandigheden en de cultuur in Afghanistan, waar ernstige gevolgen hangen aan dergelijke gedragingen.
Verder is vastgesteld dat de vreemdeling het onderzoek naar adequate opvang in Afghanistan heeft gefrustreerd door ongeloofwaardige verklaringen. Het beroep op een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'alleenstaande minderjarige vreemdeling' faalt daarom eveneens.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.