ECLI:NL:RVS:2013:BZ0511
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging inreisverbod wegens onvoldoende motivering van individuele omstandigheden
De staatssecretaris heeft op 8 november 2012 een besluit genomen waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. Tevens werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze besluiten ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had onderkend dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het bestaan van een vriendin en minderjarige dochter in Nederland niet tot een verkorting van het inreisverbod leidde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling weliswaar in de gelegenheid had gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken, maar dat het besluit in strijd was met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht omdat ontbrak aan een motivering waarom deze individuele omstandigheden geen gewicht kregen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond voor zover het betrekking had op het inreisverbod, vernietigde het besluit en bevestigde de rest van de uitspraak. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod tegen de vreemdeling is vernietigd wegens onvoldoende motivering van individuele omstandigheden.